GEGRÜNDET 1927
METROPOLIS, DONNERSTAG, 22. JUNI 2017
91. JAHRGANG
The "Uraufführung" of Metropolis in Amsterdam

On the afternoon of February the 15th 1927, three days before the Dutch premiere of Metropolis, there was a special screening called "ere-voorstelling" for invited guests at the Rembrant Theater in Amsterdam.

Below are an announcement and two reviews of this pre-premiere. The first one, from De Tijd newspaper, deals with the story. The writer wonders if the name of Fredersens late wife "Hel" is meant symbolic. 1) A theme that was later cut from the film. The second one, from De Kunst magazine, is about Huppertz' score. It was performed by an amplified orchestra conducted by Richard Heuckeroth. 2) Both reviews regard the second part or the film best and note the big applause it received afterwards.

1. Hel is the Dutch word for hell. And although the German word for hell is Hölle, according to Scandinavian mythology, Hel is both the name of the goddess who rules over the underworld and of the place itself.

2. Dutch conductor Jacob Richard Heuckeroth (1885-1960). Biography in Dutch.

Algemeen Handelsblad
1927-02-14, Avond
P. 7

Metropolis komt.
's Werelds grootste en meest fantastisch filmepos.
Regie: Fritz Lang.
Morgen, dinsdagmiddag geen matinee wegens ere-voorstelling met Metropolis voor genodigden.
Rembrandt Theater

De Tijd
1927-02-17, Dag
PP. 6-7

BIOSCOPEN.

Metropolis.

Dinsdagmiddag ging in het Rembrandt-theater te Amsterdam de feestelijke première voor ons land van „Metropolis", de zonderlinge film, die een hachelijk-grote hap deed in de Luilekkerlandse rijstebrijberg van het Ufa-kapitaal. De talrijke genodigden bleken onder de indruk van de „geweldige" vertoning, die door Richard Heuckeroth en zijn orkest met door Gottfried Huppertz speciaal daartoe gecomponeerde muziek uitstekend werd geïllustreerd. Want aan het slot klonk een dankbaar applaus.

En toch is o.i. dit meer overbluffend dan ontroerend filmwerk, niettegenstaande enkele superieure fragmenten, een verward, innerlijk hol geheel, een daverende fantasterij op de wankele bodem van een drassige humaniteitsgedachte.

Het onmogelijke scenario van Thea Von Harbou is voor een groot deel schuld aan het uiteindelijk falen van deze giganteske opzet.

Metropolis is een toekomststad, een ultramoderne creatie van de ijzig cerebrale mens Fredersen, die na het verlies van z'n vrouw, (symbolisch?) „Hel" geheten, de jammerlijke leegte in zijn hart tracht te vullen met het afmattend dirigeren van een mysterieuze grootindustrie. Boven in de lichte stad van vermetele wolkenkrabbers, waar de decadente jongelingschap zich vermaakt in sport- en wellust-tempels, beraamt en berekent hij zijn plannen, terwijl in de onderaardse fabriek de sombere ploegen zijner arbeiders zich uitsloven aan de machines, waarvan zij slechts een mechanisch onderdeel vormen.

Zodra zijn zoon Freder het ijzeren regime in de zwoegende onderwereld leert kennen, en met troost zoekende slaven afdaalt naar de nog dieper gelegen catacomben, waar Maria, een wonderlijk meisje, aan allen de komst van een bemiddelaar tussen Hoofd en Handen n.l. het Hart verkondigt, is hij voor de zaak der werknemers gewonnen. Maria en hij verlieven zich op elkander en het meisje ziet in de fabrikantszoon de verwachte bemiddelaar.

Doch Freders vader wil de invloed van Maria breken. Hij wendt zich tot de uitvinder Rotwang, die met behulp van elektrische stromen en vonken in zijn verbijsterend laboratorium een mechanische mens vervaardigt volgens het evenbeeld en gelijkenis van Maria.

De valse Maria jaagt in de bovenstad alle mannenharten overstag en ruit in de benedenstad de arbeiders op tot een dolle opstand. Woedend bestormen de gehitste proletariërs de gehate machines. Ze slaan alles kort en klein. Maar terwijl het vertoornde plebs tussen de aangerichte ruïnes danst, loopt de ondergrondse stad onder. De echte Maria redt met Freders hulp de haveloze arbeiderskinderen uit het van alle kanten opspuitend en neergutsend water. Bij het bericht van de overstroming denkt het werkvolk, dat zijn kroost is omgekomen en al hun woede keert zich nu tegen de valse Maria, die hen tot het oproer aanzette. Zij sleuren haar naar de brandstapel. Doch terwijl dit autodafe plaats heeft, zien zij plotseling de echte Maria, die door de uitvinder Rotwang wordt achtervolgd. Freder snelt haar te hulp. In de dakgoot van de dom wordt de strijd om het meisje tussen Rotwang en Freder beslist. Rotwang stort van de transen.

En dan komt de verzoening tot stand. Op aansporen van Maria legt Freder zijn vaders hand in de knuist van de werkmeester Grot. Hoofd en Handen hebben elkaar gevonden door middel van het Hart.

De uitbeelding van deze van onverklaarbaarheden en onwaarschijnlijkheden doorspekte nachtmerriegeschiedenis, die nu eens socialistisch, dan weer kapitalistisch en tenslotte wazig humanistisch van allure is, mist in het eerste deel actie en tempo. In het tweede deel echter groeit een fascinerende spanning. Maar hoe verbazingwekkend de fototechniek van deze film ook is, hoe suggestief en àf de massaregie ook moge zijn, in haar geheel blijft deze rolprent, waarin Alfred Abel als de miljonair en Brigitte Helm als de echte en vervalste Maria expressief spel geven, maar Gustav Fröhlich als de bemiddelaar en Klein-Rogge als de uitvinder doorgaans beneden de maat der aannemelijkheid blijven, een vaak bombastisch visionair product van een onbeheerste verbeelding. Het fantastische element in deze film heeft te zelden kracht van symbool en de geesteshouding, die eraan ten grondslag ligt, mist overtuiging. Vandaar dat deze vertoning ons als een droom is voorbijgegaan, een betekenisloze droom, waarvan slechts enkele machtig geconcipieerde en geregisseerde onderdelen ons zullen bijblijven.

Voor volwassenen.

De Kunst
No. 995
1927-02-19
P. 247

De Muziek voor Metropolis.

Rembrandt-Theater, Amsterdam.

Bij de ere-voorstelling, die de heer Ter Linden Dinsdagmiddag aan zijn genodigden aanbood van de film „Metropolis", werd dit meesterwerk der cinematografie, dat in de praktijk, voor het publiek, in twee weken wordt gegeven, met de muziek van Gottfried Huppertz in zijn geheel opgevoerd.

Het versterkte orkest, onder Richard Heuckeroths geoefende en zeer muzikale leiding, kon in deze zware partituur eens tonen wat het presteren kan. En dit bleek — ofschoon wij het orkest wèl kennen — toch van geen geringe muzikale betekenis !

Huppertz toch is ook de componist van de muziek van de Nibelungen-film. En wie zich deze herinnert, zal er motieven, die aan „De Nibelungen" doen denken, onmiddellijk in terugvinden. Het componeren voor de film schijnt dan ook nog moeilijker dan het componeren van opera's en symfonieën. En wie Meisels muziek voor de Potemkin-film heeft gehoord, die door deze muziek tot een filmkunstwerk van de eerste rang werd opgevoerd, moet wel teleurgesteld zijn geweest toen hij de film „De Heilige Berg" zag vertonen, waarbij eveneens speciaal door Meisel gecomponeerde muziek werd gespeeld, die echter in nagenoeg alle voornaamste fragmenten een waterig aftreksel van de Potemkinpartituur bleek te zijn.

Ook Henri Rabaud, die in Frankrijk een specialiteit is voor het schrijven van muziek bij de grote Franse films, herhaalt zich dikwijls. En daarom kunnen wij de enkele remeniscensen, die Huppertz ons brengt van de Nibelungen-muziek, hem gaarne vergeven, óók omdat er in zijn Metropolis-muziek nog zo véél overblijft, dat oorspronkelijk is.

Huppertz heeft de film, haar opzet en het gebeuren, muzikaal logisch geïllustreerd. Het begint reeds dadelijk als hij ons met zijn muziek de indruk van de grote stad, de wereldstad — „Metropolis" — wil suggereren.

Het zware machine-matige, het mechanische, het stramme, het stampende der machines hooren wij in zijne partituur. En ook de ontzettende volksmassa's, het gemachineerde, het gedrilde van deze ploegen drukt hij in klanken uit.

Dan, later, de hooggelegen stad der rijke industriëlen, waar het vrolijk toegaat. Een pastoraal aandoend gedeelte verklankt de liefelijke tuinen, waarin de jonge Fredersen en zijne vriendinnen

krijgertje spelen. Straks zullen wij hen zien (en horen) dansen bij de jazzbands van Yoshiwara, het dorado van het vermaak. Knap is hier — enigszins „futuristisch" — muziek en film verenigd tot een warreling van klanken en beweging. En deze jazzmuziek komt telkens als motief terug, wanneer van „vermaak" in deze film sprake is.

Huppertz werkt trouwens, naar Wagneriaans model, met motieven en motief-bewerkingen. En dit lijkt ons in een film als deze, waar telkens dezelfde personen — en botsingen tussen dezelfde personen — voorkomen, ook een logische manier.

Strak is de muziek gehouden in het tafereel der catacomben, — van geweldige kracht is zij bij de Moloch-scène en bij de opstand der arbeiders. Hier ondersteunt het orkest zeer sterk de dramatische werking van het in de film vertoonde, — en hier vóelt men eerst goed wat passende muziek voor een film kan zijn.

Het zou te ver voeren, als wij alle taferelen van deze gewèldige film, waarvan vooral het tweede deel een enorm sterke indruk maakte, muzikaal zouden willen bespreken. Laat ons besluiten met de verzekering, dat Huppertz' orkestratie van prachtige vinding is en dat Heuckeroth met zijn orkest de partituur voornaam en in volkomen juist tempo verklankt. De krans, hem en zijn mannen 'door de directie van het Rembrandt-Theater vereerd, kwam hun eerlijk toe. En dit getuigde ook het publiek met een hartelijk applaus.

N. H. W.

2013-04-02

Algemeen Handelsblad, 1927-02-14, Announcement mentioning the special screening
De Tijd, 1927-02-17, page 6
De Tijd, 1927-02-17, page 7
De Kunst, No. 995 1927, page 247
Hauptredaktion - Neuer Turm Babel - Metropolis