GEGRÜNDET 1927
METROPOLIS, SONNTAG, 23. JULI 2017
91. JAHRGANG
Article from Dutch magazine Weekblad Cinema en Theater

Very early review from the Dutch film magazine Het weekblad Cinema en Theater. It tells the complete script including the rivalry between Rotwang and Fredersen and their fight in Rotwangs house. This scene is still missing, even in the 2010 restored version.

This weekly changed names and numbering several times:

De filmwereldYear 1, No. 1 (Feb. 8th 1918) - Year 3, No. 52 (1920)
Cinema en theaterYear 1, No. 1 (1921) - Year 3, No. 156 (1923)
Het weekblad cinema en theaterYear 4, No. 1 (1924) - Year 21 (1941)
Cinema en theaterYear 22 (1942) - Year 24, No. 36 (1944)


Het weekblad Cinema & Theater
№ 128
1926 (begin juli)

METROPOLIS

Onze oostelijke buren verstaan de kunst om zo nu en dan met filmbeelden te komen, die het bewijs leveren, dat er wel degelijk aanleiding is om te spreken van filmkunst als een nieuwe kunstuiting. We hebben al meermalen gezegd, dat we met de filmkunst nog maar in een beginstadium zijn en aan die uitspraak worden we telkens herinnerd! 't Is nog een zoeken en tasten om in elk opzicht gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden, die de cinematografie biedt.

Om een paar voorbeelden te noemen van die openbaring: „Het kabinet van dr. Caligari", „Schuld en Boete", — de film naar Dostojewski's Werk, die te vroeg nog tot het bioscooppubliek is gekomen — „De Dood en het Meisje" en „De Nibelungen."

Het laatst genoemde werk ligt nog vers in ieders geheugen en de naam van de regisseur is daardoor beslist aan de vergetelheid ontrukt. In de geschiedenis van de cinematografie zal Fritz Lang altijd genoemd blijven. Zijn grote talenten, zijn kunstzinnige aanleg zijn vooral in het eerste deel van „De Nibelungen" duidelijk uitgekomen. Hij, de grote fantast, zou nog meer brengen dat de kunstwaarde van de cinematografie demonstreerde.

Fritz Lang was al dadelijk na z'n „Nibelungen" weer vol nieuwe gedachten en de talentvolle scenario-schrijfster Thea von Harbou, z'n echtgenote tevens, die hem zo volkomen in z'n kunstzinnige aspiraties begrijpt zoals hij haar, stond hem trouw ter zijde.

Uit die samenwerking ontstond „Metropolis", een werk, dat reeds maandenlang het onderwerp is van de gesprekken. Dit belooft weer iets van zeer bijzondere aard te worden, zowel door opzet als door uitwerking.

De meest serieuze filmacteurs, de grootste karakterspelers hebben hun medewerking verleend. Namen als Rudolf Klein-Rogge, Alfred Abel, Theodor Loos en Gustav Fröhlich zijn voor de kenners van de voortbrengselen der filmkunst waarborgen voor het meest serieuze werk, dat zich denken laat.

„Metropolis" is een werk tevens van een zeer merkwaardige inhoud:

Hoog tegen de hemel afstekend wordt de geweldige Metropolis gebouwd. Deze stad der steden is de schepping van één enkele man, met name John Fredersen, die midden in Metropolis een nieuwe Toren van Babel heeft gebouwd als centrum van de stad, van het verkeer en van de arbeidskrachten. Om de kostbare bodem van de reuzenstad niet te verspillen, heeft Fredersen diep onder haar het tiende wereldwonder gebouwd: een onderaardse arbeidersstad. Hoog boven deze arbeidersstad verheft zich een stralend huizencomplex, dat de naam „Huis der Zonen" draagt. In deze wereld van eeuwige vreugde en genot leven de zonen van Metropolis hun jeugd zonder zorgen. En de mooiste en gelukkigste onder hen allen is Freder, de enige zoon van John Fredersen.

Op zekere dag komt een vreemd meisje van ongeëvenaarde schoonheid met een schaar in lompen gehulde kinderen in de Eeuwige Tuin. Zij toont haar beschermelingetjes de jeunesse dorée, die het leven met volle teugen geniet en zegt zacht, maar, met nadruk: „Zie, dat zijn jullie broeders". Alleen Freder heeft begrepen wat de woorden van het meisje betekenen. Hij verlaat het huis om de wereld te leren kennen, waaruit de tot hem gekomen roep afkomstig is.

Voor de eerste maal betreedt hij de wereldberoemde machinezalen van Metropolis. Het toeval wil, dat hij getuige is van een explosie-catastrofe. Diep getroffen snelt hij naar zijn vader om hulp voor de slaven en slachtoffers van deze machines te vragen. Maar het hart van John Fredersen heeft geen antwoord voor het hart van zijn zoon. Geheel uit zijn evenwicht gerukt keert Freder zich van zijn vader af en is nog maar met één gedachte vervuld: hel meisje weer te zien, welks verschijning hem tot bewustzijn van het leven heeft gebracht. Hij begeeft zich daartoe in de diepte, naar hen, wier kinderen zijn broeders zijn en wordt wat zij zijn: arbeider.

Fredersen zoekt de uitvinder Rotwang in zijn fantastische woning op. Rotwang en hij waren indertijd verliefd op hetzelfde meisje. Fredersen heeft gezegevierd, maar de jonge vrouw is kort na de geboorte van haar kind, Freder, gestorven. Rotwang heeft Fredersen nooit vergeven en heimelijk loopt hij rond met wraakplannen tegen de beheerser van de stad. De haat heeft hem tot denker gemaakt en in zijn hersenen zijn de meeste technische wonderen van Metropolis geboren. Zoeven heeft hij zijn meesterwerk voleindigd. Uit glas en metaal heeft hij een schepsel geconstrueerd, dat tot in de fijnste kronkelingen van de hersens volkomen een mens is, de machine-mens.

Fredersen is bij de uitvinder gekomen om hem schetsen te laten zien, die in de zakken van twee der verongelukte machinisten zijn gevonden. Rotwang ziet dadelijk, dat het schetsen zijn van een onderaardse dodenstad en de beide mannen begeven zich op weg naar de catacomben.

Tegelijkertijd beweegt zich echter vanaf de andere zijde een duizendkoppige arbeidersmenigte in de diepte. Onder hen bevindt zich ook Freder in werkmanskleeding. En in de dodenstad, voor het zich hoog verheffende altaar, vindt hij het meisje weer, waarvoor hij zich bij de onderwereld heeft aangesloten. Zij spreekt tot de mensen daar beneden, troostend, hoopverwekkend, vrede predikend. Zij vertelt de geschiedenis van de torenbouw van Babel, die te gronde moest gaan, daar de mensen, die hem maakten, elkaar niet begrepen Tussen hersens en arbeidende handen ontbrak de schakel, het hart. De hoop op deze schakel is de laatste hoop van de mensen in de diepte en met deze hoop kalmeert Maria — zo heet het meisje — altijd weer de heimelijk gloeiende haat en de dorst naar vrijheid van de arbeiders van Metropolis.

Rotwang, de uitvinder, heeft de zoon van zijn heer en vijand ontdekt. Thans is het ogenblik der wrake gekomen. Fredersen zal zijn zoon verliezen en zijn werk zal vernield worden. John Fredersen heeft in dit ogenblik slechts dit éne gezien nl. dat op zekere dag de strijd zal losbranden tussen hem en die daar beneden en hij besluit met deze strijd een aanvang te maken, wanneer hij wil. Rotwang moet een kunstmens maken, die de trekken van Maria heeft en deze mens zal de arbeiders in de strijd jagen, een strijd, die met een nederlaag en eeuwige slavernij moet eindigen. Maria wordt in het geheim ontvoerd en gevangen gehouden.

Freder zoekt vertwijfeld naar Maria en wordt door Rotwang naar zijn vader verwezen: deze houdt het meisje gevangen. Op dit ogenblik schijnt voor Freder de gehele wereld in elkaar te vallen, hij wordt zwaar ziek en krijgt hoge koortsen.

Als een sluipende ziekte beweegt Rotwang's machine-Maria zich nu door Metropolis, welks zonen door haar te gronde gaan. Freder, die nu weer genezen is, hoort daarvan zonder dat hij kan doorgronden wat er aan de hand is. Geen houvast meer hebbende aan God en de wereld, aan zichzelf of aan Maria, wil hij klaarheid hebben. Hij begeeft zich naar de dodenstad en ziet daar het evenbeeld van Maria. Nu bemerkt hij, dat daar een drogbeeld voor hem staat. ,Je bent Maria niet", roept hij, „zij predikte de vrede, jij zet aan tot moord." Slechts door een wonder ontkomt hij aan de woedende menigte, die hem lynchen wil.

Dan breekt het oproer los. John Fredersen zoekt bescherming in de hechte toren van Rotwang, waar ook de echte Maria verborgen wordt gehouden, om vandaar uit het oproer gade te slaan. Uit woorden, die hij van Maria hoort, bemerkt hij dat Rotwang hem bedrogen heeft. De beide mannen vliegen op elkaar aan, een worsteling ontstaat en Maria is eindelijk in de gelegenheid om te vluchten.

Zij begeeft zich in allerijl naar de arbeidersstad, maar vindt behalve de kinderen, geen levend wezen meer. De mannen en de vrouwen zijn de machine-zalen binnengedrongen en hebben de hoofdmachine vernield, waardoor alle andere buiten werking zijn gesteld. Ontploffing volgt op ontploffing, het licht gaat uit en een chaos breekt los. Ook het water dringt in de onderaardse stad binnen en dreigt allen, die zich daar nog bevinden levend te verdrinken. Maria, die het gevaar ziet, geeft het noodsignaal, dat alle kinderen om haar heen verzamelt.

Intussen heeft de opgewonden menigte ingezien, welk onheil er is aangericht. De woede der mensen keert zich tegen Maria, die hen, naar zij denken, tot deze waanzinnige daad heeft aangezet. De arbeiders vinden de echte Maria. Zij kan evenwel nog vluchten en zich op een veilige plaats verschuilen. Een brandstapel wordt opgericht, de heks moet levend verbrand worden. Freder probeert vertwijfeld de machinemens, waarin hij Maria ziet, te redden. Hij wordt gevangen genomen en moet de ellendige dood van zijn geliefde aanzien.

Tijdens deze gebeurtenissen is Rotwang, die bij de worsteling met Fredersen bewusteloos was geslagen, weer bijgekomen; hij heeft echter zijn verstand verloren. Hij draaft door de stad en jaagt Maria uit haar schuilplaats op. Achtervolgd door de waanzinnige vlucht zij in de klokkentoren van de Dom. Zij luidt de klok en dan zien Freder en de menigte de echte Maria op het dak van de Dom met de waanzinnige achter zich, terwijl daar beneden op de brandstapel haar evenbeeld verbrand wordt. Freder weet zich los te rukken, hij vliegt de Dom in en bedwingt de waanzinnige met bovenmenselijke krachtsinspanning.

In dit ogenblik is de van het gevaar dat zijn zoon dreigt verwittigde Fredersen nabij gesneld en ziet de strijd van zijn eigen zoon met Rotwang. De woedende menigte is intussen ingelicht over de redding der kinderen door Maria en Freder.

Nog staat de massa evenwel vijandig tegenover de sneeuwwit geworden John Fredersen. Dan zendt Freder Maria naar de arbeiders met de boodschap, dat hij met zijn hart vol medelijden de schakel wil zijn tussen hersens en handen. In zijn jonge handen neemt hij die van de arbeidersleiders en van John Fredersen tezamen om de grote Metropolis weer op te bouwen tot een zegen voor allen, ook voor hen in de onderwereld.

Evenals de „Nibelungen" is ook „Metropolis" een werk van de Ufa, die andermaal bewijst, dat de Europese filmindustrie wel degelijk reden van bestaan heeft, in tegenspraak met alle beweringen, dat de Oude Wereld in deze heeft afgedaan.

2012-07-14

First page. Source: EYE Film Institute Netherlands
Second page. Source: EYE Film Institute Netherlands
Hauptredaktion - Neuer Turm Babel - Metropolis