GEGRÜNDET 1927
METROPOLIS, SAMSTAG, 23. SEPTEMBER 2017
91. JAHRGANG
Production report by Thea von Harbou

Dutch translation of an article originally published in Uhu. Thea von Harbou describes the filming of the burning at the stake scene.

Het Vaderland
Vrijdag 27 augustus 1926
AVONDBLAD B
P. 6


KUNST EN LETTEREN

METROPOLIS

In "Uhu", een der Ullstein-uitgaven, vertelt Thea von Harbou over "Metropolis", het nieuwe grootse filmwerk van haar echtgenoot Fritz Lang (de maker van "Dr. Mabuse" en "Die Nibelungen"), waarvoor zij het scenario geschreven heeft.
Wij ontlenen het volgende aan haar artikel.
"Twee uur vóór middernacht. Zo helder als de dag, maar feller, dan de in middel-Europa meer en meer gebruikelijke zomerdagen, stralen de lampen. Maar tevens een afschuwelijke hel. Over het fantastisch grootse Domplein van Metropolis hangen - twintig meter hoog - de zes-buis-kwikdamplampen bij dozijnen. De touwen en kabels, die ze daar vasthouden, zijn onzichtbaar. In het duister van de maanloze hemel zèlf schijnen ze vastgehaakt te zijn, ordeloos, scheef, als gigantische groene vuurvliegen. Overal werktuigen. De dimensies van het openlucht-atelier van Neubabelsberg schijnen volkomen verloren. Toch is alles vol herinnering, bijna: vol traditie. Hier werden de Dom van Worms en het Woud uit "Die Nibelungen" gebouwd, hier laaide de vlammenzee rond Brunhilde's burcht. En ook thans weer: een Dom. Ditmaal van steen. Weidse portalen en trappen. Zachte, Gotische heiligen staren met verzonken blik uit hun nissen.
Megafoons brullen als de bazuinen van Jericho: - Alles!!!
"Alles!" is een toverwoord in Filmland. "Alles" beduidt: - Alle hens aan dek! Elkeen op zijn post!
Twintig, dertig lampenisten beklimmen onzichtbare ladders. Onwaarschijnlijk aandoend, bewegen zij zich over onzichtbare verbindingsbruggen, zevende touwladders, allerwege aangebracht, waar maar schijnwerpers nodig kunnen zijn. Jupiterzonnen, reuzen van onbarmhartig kunstlicht, eindeloze vuurvoorraden, als Titanen-ogen.
- "Alles licht!"
Sneeuwwit stort de lichtzee zich uit over het plein, mengt zich onwezenlijk met het schaduwloze groene licht der kwikdamplampen.
- Alles!
Plots wemelt het Domplein van mensen. Zij schijnen diep zwart. Zij hebben schaduwloze groene meermin-gezichten en paarse lippen. Wantrouwig kijkt een speler, die zo-even in kleedkamer en kantine nog zo elegant was, naar zijn thans demonisch spiegelbeeld. Ieder komt eensklaps tot de conclusie, dat hij er afschuwelijk uitziet! Allerwege worden zakspiegeltjes tevoorschijn gehaald. Met zou een prijsvraag willen uitschrijven: - Waar wind ik een lippenstift, die de elke illusie rovende schijn van kwikdamplampen uithoudt?
- Alles!
Aan geïmproviseerde tafeltjes wordt de laatste schmink opgelegd, de laatste poeder gedonsd, de laatste borstelstreken geveegd.
Te midden van louter mannen: één vrouwelijk wezen, kinderlijk klein aandoend. Het is de vertolkster der Janus-rol van Maria in "Metropolis". Een figurant, die voor het eerst zijns levens meespeelt, kijkt vol meelij naar 't kostuum van Gutav Froelich, die hier "Freder" heet en de zoon van de rijkste man der onmetelijk rijke stad voorstelt. De eens ivoorkleurige pantalon, de eens hagelwitte sokken en wit-lederen handschoenen, zien er nu uit, of een kolentremmer ze gebruikt had. En het eens zo heerlijke wit zijden hemd hangt in flarden van zijn schouders. Waar de linker mouw gebleven is, mag de hemel weten!......
Fritz Lang klimt op de commandobrug, waar de apparaten staan en voegt zich bij Karl Freund (de operateur). Hij heeft een dikke overjas aan, want 't is zomer in midden-Europa! Maar onder zijn jas is toch nog een tip van de witte kiel zichtbaar, zonder welke een opname niet compleet mag heten.
Onder de bijna duizend mensen, die allen de blik op Fritz Lang gericht houden, zijn er talloze, die reeds in "Der müde Tod" (Langs eerste film) de verjaardag van de Zoon des Hemels meevierden, in "Mabuse" het straatoproer met handgranaten verlevendigden en bij "Die Nibelungen" Bourgondische schilden op Hunnen-koppen verbrijzelden, of zèlf "verbrijzeld" werden. Zoiets bindt!
Als een veldheer, die zijn getrouwen ziet, ontwaart de regisseur zijn veteranen.
- Allen luisteren!
Stilte. Merkwaardig, hoe gauw duizend mannen kunnen zwijgen, als de spreker z'n stem niet te zeer verheft!
- De scène, die we gaan repeteren, is héél eenvoudig. Jullie hebt het meisje, dat schuld is aan de ondergang der stad, gevangen en jullie richt nu een brandstapel op, om haar te verbranden. De brandstapel komt vlak onder gindse booglamp. Begrepen?
Een algemeen: - Ja!
Inderdaad het is eenvoudig. Het schijn, dat ieder het gesnapt heet. Men is zelfs teleurgesteld: is dàt alles? En moeten we dáárvoor een hele nacht dienst doen?
Maar dàn gaat het er op los. Waar? Hoe? Van alle hoeken tegelijk komen de vragen. Een brandstapel oprichten... hoe doe je dat? Vreselijk eenvoudig?
Wel... het is werkelijk eenvoudig. Ergens zijn bij het uitbreken van het oproer in Metropolis auto's blijven staan. Een heerlijk materiaal voor brandstapels! Vooruit met de auto's! De massa werpt zich op de auto's poogt ze te verwoesten. De smalle, ietwat op dieren lijkende auto's waarvan de schijnwerp-ogen nog gloeien, komen in beweging, rijden - krak! - tegen elkaar op, worden vernield. Een piano... alweer mooi materiaal voor een brandstapel 1 Schrijfbureaux, boeken... stapels boeken! Vensterramen! Deuren! De brandstapel groeit en groeit!
Vijfmaal, zesmaal, zevenmaal wordt de brandstapel uit elkaar gehaald en weer opgebouwd.
- Halt! roept Lang.
- Nòg eens!
Ieder neemt zijn stuk brandstapel terug.
- Nòg eenst
- Tja, heren, dáárvoor is de repetitie! Een beetje optimisme! Houdt er de moed in!
Geen mens kan zeggen dat hij niet weet, wat bij te doen heeft. Ieder van de duizend heeft zijn werk. Natuurlijk is er óók een ongeluksvogel bij, die in het vuur van zijn spel, een groot gat scheurt in z'n kleren.
Dan: - Brigitte Helm! George!
Nu wordt het ernst. Nu komt de tengere, blonde heks aan de beurt. Met de leren gordel van den regisseur boeien ze haar, de armen op de rug. Onder het gehuil van de massa wordt het blonde mensen kind als een natte handdoek heen en weer geslingerd. Dolzinnig lachend, wijzen ze op baar, schreeuwend: - Bránden zal je! Vervloekte heks! Heks! Heks!
Ze sleuren haar op het dak van een auto, waar vier, zes, acht brutale vuisten haar ontvangen...
Eéns?
Twintigmaal! En altijd nog niet wild genoeg, niet ruw genoeg, niet meeslepend genoeg. Arme kleine Brigitte Helm! Haar armen en benen zagen er de volgenden dag uit als batiks.
Deze "eenvoudige" repetitie duurt meer dan drie en een half uur. Als het zóver is, is het ganse duizendtal in volmaakte trance gekomen. Rijp voor opname. De laatste banaliteit, de laatste tooneelmatige gemaniereerdheid, de laatste gewoonte-geste is uitgeroeid, in atomen opgelost. Wèg is het traditionele figuranten-gebaar van de dramatisch opgestoken voorvlerken!
Een héél korte pauze v66r het grote ogenblik.
- Als alles klopt, is na de opname pauze!
- Hoera!
De woede van 't gepeupel begint echt te worden !
Alle lampenisten zien hun schijnwerpers na. Intense benzinestank, gemengd met benzol, spiritus, petroleum, verbreidt zich. Ballen houtwol, gedrenkt in wat maar branden wil, worden tussen de gaten van de brandstapel gestopt. De brandweer heeft alle kranen onder hoogdruk - men kan nooit weten!
Men gelooft in de lucht het vibreren van elks zenuwen te voelen. Mij schiet één gedachte binnen: - Gek, dat nooit één schilder op 't idee kwam, het dolle expressionisme van zulk een nachtopname tot onderwerp te kiezen. Wat denken weinig mensen aan het geweldige van deze gruwelijke lampen, die alle kleuren doodslaan, mensen tot stralende spooksels maken in een ongehoord nieuwe atmosfeer...
Een fluitsignaal. Het is tien voor drie. In het Oosten: het eerste rood. Reeds een vogelgeluidje. In de gebogen staarten van de stenen leeuwen tegenover het Domplein nestelen twee lijsters. Die vliegen uit om voedsel. De duizend mensen, de oceaan van licht, het schreeuwen, joelen, de chaos van onrust en revolutie stoort hen niet. Zijn daar al aan gewend.
Fritz Lang heeft zijn "innerlijkste" gezicht "opgezet" - dat hij zelf in 't geheel niet kent. Het gezicht van een jongen, die op avontuur in de wijde, blauwe wereld uit. trekt En geloof mij: elke filmopname, zij mag klein of groot zijn (maar natuurlijk vooral de grote!), is een avontuur, een kamp met den draak Toeval, een ontdekkingstocht in het Onbekende, een patrouilletocht in Nieuwland. En als zij dat niet is, mag de Duivel die film halen! De repetitie mag honderdmaal gemaakt en gelukt zijn... de opname is volkomen onberekenbaar. Van daar die hoogspanning bij den arbeid aan de film. Van daar die onuitsprekelijke betovering van deze inventie, die ik de actieve romantiek van onzen tijd zou willen noemen'.
Lang houdt de fakkel in de hand, om de brandstapel aan te steken. Een laatste blik rondom.
- Klaar? Opletten! Opname... vooruit!
De fakkel vliegt op den brandstapel. Suizend slaan de vlammen uit. De massa joelt als waanzinnigen. De apparaten snorren en ik tel onwillekeurig de slagen van den slinger, als waren het de slagen van mijn hart......
Morgen zullen we de arbeid van lange, lange uren als quintessence in tien seconden zien......"

2009-06-15

Het vaderland - 1926-08-27
Hauptredaktion - Neuer Turm Babel - Metropolis