GEGRÜNDET 1927
METROPOLIS, DONNERSTAG, 23. NOVEMBER 2017
91. JAHRGANG
Dutch review Amsterdam screening 1927

A very elaborate and mixed review of Metropolis as it was screened in the "Rembrandt Theater" in Amsterdam. It is interesting to note that the version this critic saw in Amsterdam lasted 3 hours. It was screened in two parts on different dates. Based on newspaper advertisements, most cinema's in The Netherlands played Metropolis in two parts.

DE GROENE AMSTERDAMMER, WEEKBLAD VOOR NEDERLAND
No. 2595

Bioscopy door L.J. Jordaan

FRITZ LANG

"Metropolis". Rembrandt Theater

Is "Metropolis" een teleurstelling? Natuurlijk is het dat - werken van een dergelijke allure zijn altijd een teleurstelling. "Gold Rush" viel tegen: het was niets meer dan een grove clownerie - "Nibelungen" was lang niet wat men er van verwachtte: het bleek vervelend en zonder actie. "Potemkin" kon je toch eigenlijk niet anders, dan als wat "communistische achterklap" beschouwen .... en nu "Metropolis"? Dat is eerst recht dit en recht dàt, want het is een bijna benauwende opeenhoping van stof, voor misschien wel tien gewone films - het is een vermoeiende, onafgebroken reeks van stoutmoedige cinematografische experimenten .... maar vooral het is van een koppige, hooghartige individualiteit - van een intransigente persoonlijkheid, die de wereld van oudsher geïrriteerd heeft en haar irriteren zal, tot het einde der dagen.
Nee - dit is niet de manier om tot een vriendelijke ontvangst, tot een genoegelijk succes te geraken ! Een leuke operette-film (er kunnen er nog gerust een stuk of twaalf bij) met charmante wijsjes en nog charmanter meisjes - een aardige lichte komedie met een populaire komiek - een gevoelig speelstukje, niet al te zwaar op de hand, dat het goede hart van het publiek roert .... ziedaar de stof, die zich het makkelijkst en het best verwerken laat. Maar men neemt de mensen niet voor zich in met een kei van een film, die drie lange uren duurt, die als een worst is volgestopt met de resultaten van twee jaar taaie, onafgebroken arbeid, die vermoeit en verbijstert en ten slotte irriteert. Van een dergelijk enorm werk, met enorme kwaliteiten en enorme fouten blijft gewoonlijk alleen maar de herinnering aan de tekortkomingen hangen. Het is dan ook mijn vaste overtuiging, dat de juiste waardering voor "Metropolis", evenals voor "Caligari", "Nibelungen" en dergelijke grootse, baanbrekende arbeid, eerst voor de toekomst is weggelegd. Want Fritz Lang is een persoonlijkheid, die door velen slechts schoorvoetend wordt aanvaard - maar die niemand vergeten kan !

Fritz Lang is voor mij de grootste cinegrafist van deze tijd. Wat niet zeggen wil, dat hij de menselijkste, of de ontroerendste of de felste filmkunstenaar is. Dupont's "Variété" staat ons nader - Kirsanoff's "Ménilmontant" is ons liever - Eisenstein's "Potemkin" grijpt ons onverbiddelijker aan, dan de ietwat serene volmaaktheid der "Nibelungen"-film. Ja - zelfs de lugubere aberraties - de onevenwichtige genialiteit van Wiene's "Caligari" komen makkelijker tot ons, dan de scheppingen van dezen stugge, koud-hartstochtelijke geest. Men behoeft dit koele, onverzettelijke masker, met de uitdagende monocle maar aan te zien, om te weten, dat aan deze heersers-natuur alle buigzaamheid - alle warmte vreemd is, behalve dan de laaiende passie voor het werk. Want Fritz Lang is cinegrafist, zoals Paganini violist - zoals Bouwmeester acteur was: par droit de naissance, met iedere zenuw, met iedere vezel van zijn lichaam - met iedere gedachtenflits van zijn machtig brein. Hij denkt, bij voelt, hij uit zich cinéastisch - in dit opzicht is hij de gelijke van Asta Nielsen, die buiten haar terrein, de film, zich machteloos en ongelukkig voelt. Hij is een bezetene, als een Anton Bruckner of een Hector Berlioz, want ook hij weet dikwijls van geen maat honden - ook hij stapelt het ene experiment op het andere, ook hij voegt al maar meer materiaal in een zelfde werk tezamen. En tenslotte zijn het toch deze maniakken, die een kunst vooruitbrengen, die in de late erkenning van hun arbeid de beloning zien voor hun onvermoeid streven.

Een aandachtige bestudering van Fritz Lang's oeuvre brengt reeds dadelijk de twee prominente karakter-eigenschappen aan het licht, welke deze dualistische natuur beheersen en er tegelijkertijd de kracht èn de zwakheid van uitmaken. Ik bedoel zijn sterke zin voor het picturale, het overwogene en het bezonkene enerzijds - en zijn hartstocht voor het grillige, wild-fantastische anderzijds. Zijn arbeid wordt beurtelings door een van beide geesteshoudingen bepaald: hetzij door de eerste als in "Der müde Tod" en "Nibelungen" - hetzij door de laatste als in "Dr. Mabuse" en "Metropolis". Dit dualisme is zoo frappant, dat men zich in het eerste ogenblik verwonderd afvraagt, hoe het mogelijk is, dat de prachtige, wijsgeerige stilte in "Der müde Tod" en liet sensationele spektakel in "Dr. Mabuse" - dat de strenge, stijlvolle bezonkenheid van "Die Nibelungen" en de mateloze overlading van een "Metropolis" aan hetzelfde brein konden ontspruiten. Maar wie goed toeziet beseft, dat deze innerlijke onrust - dit diep-in onevenwichtige, hetwelk aan zijn werk zulk een merkwaardige ongelijkheid geeft .... ditzelfde werk levend houdt en voor verstarring en clichématigheid behoedt. Een product als "De Nibelungen" is in al zijn voortreffelijkheid een gevaarlijk punt in den ontwikkelingsgang van een kunstenaar: het wijst den weg naar een makkelijk succes en tegelijkertijd in een richting, die doodloopt. Lang's avonturiers-geest door zijn psychische onevenwichtigheid gevoed, wendt zich, nadat hij in deze richting het volmaakte heeft bereikt - met grote gedecideerdheid af en zoekt nieuwe banen - het aan anderen overlatende het pad, dat hij wees, plat te treden. Zwak epigonenwerk als de (vriendelijk ontvangen!) "Kroniek van Aarhuus" bewijzen de juistheid van zijn instinct.
Het is ditzelfde instinct, dat hem beurtelings van de sage naar de "story", van den kobold naar de dynamo, van het oude wonder naar het nieuwe drijft. Want zeer zeker staat bij met beide benen in de tegenwoordige tijd, ondergaat hij de demonische aantrekkingskracht van de machine - maar in tegenstelling met de wrede nuchterheid van een Eisenstein, ziet zijn fantastische dispositie in haar een nieuw monster, een andere "Draak" in de moderne fantasmagorie, die Maatschappij heet. Het is hier niet de vraag, welke visie de voorkeur verdient - het is hier de vraag, hoe Lang zijn ideeën verwerkelijkt en daarop is maar één antwoord: Grandioos! "Dr. Mabuse" is een zuiver sensatie-verhaal, vol mysterieuzigheden en knal-effecten, maar Lang's naïeve genialiteit gelooft erin en maakt er een geweldige benauwende nachtmerrie van. "Metropolis" is een verward, overladen, onmogelijk gegeven - maar men voelt de titanen-vuist, die dit gewone stuk steen heeft aangegrepen, om er de vonken uit te slaan
Zòò meen ik, dat men het jongste werk der UFA moet bezien - zòò zal het een der merkwaardigste en belangrijkste films van het seizoen blijken te zijn.

"Metropolis" heeft grote fouten: in de eerste plaats - het is te overladen en te heterogeen. Wat deze film-dictator het publiek voorzet, laat zich wet in twee jaar moeizame arbeid bijeenvoegen, maar niet in enkele uren verwerken. Zijn virtuozen-hartstocht weet van geen uitscheiden - hij stapelt de ene geniale schepping op de andere en hij vergeet, dat die duizelingwekkende opeenvolging van cinematografische triomfen, het publiek verbijstert, afstompt en ten slotte vermoeit. Ook de heterogeniteit der bestanddelen van de film ontgaat hem (veel voorkomend gevaar bij een te langdurige concentratie!) ten enen male. Hij beseft niet, dat de visionaire verbeelding van een helse, vermechaniseerde maatschappij, als in de eerste acten - vloekt naast de griezel-scène der catacomben - naast het technisch bravour-stukje niet de mechanische mens - of (misschien wel het ergst) naast de sensationele vechtpartij aan het slot. Ook al zijn die scènes stuk voor stuk op zich zelf meesterlijk van conceptie.
Een tweede fout is, dat het werk naar liet einde toe, op een onverantwoordelijke wijze daalt. De grootse symboliek - de synthetische gedachte van het eerste deel: de klassenhaat, de werkgever, de werknemer, de middelaar en boven dit alles torenend, als een modern Babylon, de tempels der Moloch "Machine" … dit alles verlangt een voornamer slot, een waardiger oplossing, dan de watercatastrofe en de dolle knokpartij, die hier de ontknoping moeten brengen.
Een derde fout is het ontbreken van een menselijke kern. Zeker - de figuren van de patroon, de werklieden, de zoon, het meisje en zelfs de meesterknecht zijn zuiver synthetisch te aanvaarden, maar tenslotte verlangt men toch de ziel, waarin al dit geweldige gebeuren verstilt en veredeld wordt tot menselijke gewaarwording en menselijke ontroering.
Dit zijn mijn hoofdbezwaren tegen het werk - en men ziet, zij zijn ernstig genoeg. Maar zij vormen, tot op zekere hoogte, de onvermijdelijke keerzijde van de, toch wel zeer kostelijke, medaille. Het kon wel niet anders, of deze geladen, uiterst creatieve natuur, die boordevol ideeën en werkdrang - jaren aan eenzelfde taak arbeidde, moest de ontvankelijkheid en het uithoudingsvermogen van zijn publiek overschatten. En tenslotte moeten ook de sterkste armen wat verliezen wanneer zij teveel willen omvatten

Maar hoeveel blijft er niet over!
"Metropolis" is een droom - de droom van een fantast, die ontzet en huiverend door onze maatschappij dwaalt. Voor hem is het grauwe, machtige fabrieksgevaarte volstrekt niet reëler, dan de spookachtige burcht in Isenland - voor hem is de monsterdynamo oneindig meer onwezenlijk en verschrikkelijk dan Siegfried's draak - voor hem is de aanstormende horde opstandige arbeiders minstens even barbaars en dreigend als het optrekkende Hunnenleger.
En nu is dit de ontzaglijke verdienste van "Metropolis", dat Lang er volkomen in geslaagd is, het onreële - het zuiver fantastische van deze sage-in-ijzer-en-beton, weer te geven. Ik denk hier niet in de eerste plaats aan de schitterende metamorfose van de machine-moloch - dat is, om zo te zeggen, voor de hardhorenden der goegemeente. - Minstens even sterk en oneindig fijner, is het uitgedrukt in de conceptie van den metropolis-zelf. Hier is geen sprake van een protserige bluf met kolossale gebouwen en de vergelijking met de Amerikaansche film-humbug is eenvoudig belachelijk. De afmeting en het massale zijn hier geen uiting van parvenu-achtig welbehagen - zij zijn de wilde excessen eener ontstelde verbeelding. Het indrukwekkende visioen van de cyclopenstad, waar de machtige steengevaarten zich achter en boven elkaar verheffen, eindeloos en benauwend is in zijn diepste wezen een angstkreet. De angstkreet van den mens, die zich in ogenblikken van helderziendheid, zijn goddelijke afkomst bewust is - in wien vage, atavistische herinneringen wakker worden aan bloemen en velden, aan wijde horizonten en een koepelenden hemel, aan zon, beweging en vrijheid. En met afschuw en wanhoop staart hij op deze steenwoestenij, die als een onverbiddelijke barrière ligt tussen hem en de verre, blijde wereld.
Met welk een meesterschap - met welk een suggestiviteit is deze gedachte, die de noden en de opstandigheid en de resignatie van den modernen mens tegelijkertijd omvat, neergelegd in de grootse compositie van de Metropolis. Hoe prachtig en evenwichtig is het beeldvlak verdeeld - hoe rijzen de sombere, geweldige betonblokken omhoog met hun troosteloze, verbijsterende venstergaten - hoe culmineert deze wanhoop van grauwe monster-paralellogrammen in de bijna gedrochtelijke toren, die zich als een paroxisme van menselijke hoogmoed verheft in het bleke spookachtige licht. En tussen de onnatuurlijk-loodrechte wanden der stenen afgronden, van dit kille, geconstrueerde gebergte, fladdert vreemd en geheimzinnig de mechanische vogel .... !
Zo ziet de dichter en visionair Lang zijn Metropolis. Dit is de sterke grondgedachte van het werk, zijn apotheose en synthese. In overeenstemming hiermee bouwt hij zijn onderwereld, een hei van machines, dynamo's, schakelborden - doorflitst van lichtsignalen en gloeilampen. Hier stileert hij de ellende van de vrije, levende mens, temidden van de mechanische wereld - in de eenvormige massa's, die in werktuigelijke, versufte gelatenheid naar hun arbeid worden gedreven - naar den arbeid, welke hen doet verstarren tot een klokwerk.
Het zou ongetwijfeld beter zijn geweest, wanneer Lang zich met dit machtige brok filmwerk had tevreden gesteld. Het is een meesterstuk op zichzelf, een sterke, oorspronkelijke creatie, waarmee de aanwending van materiaal en mensenmassa's volkomen verantwoord is. Hij is echter volstrekt niet tevreden. Hiernaast schept bij de wereld der gelukkige stervelingen - der heersers en hij wil een symbolische oplossing geven van het grote sociale vraagstuk, door het optreden van den middelaar, den zoon van den fabriekstiran - die als het hart, hoofd en hand tot elkaar brengt. Filosofisch dilettantisme - zonder twijfel .... maar alweer: hoe virtuoos uitgevoerd ! Met welk een zekerheid dirigeert hij de falanxen der verdoemden - met welk een ijzeren kracht houdt hij de mechanische beweging dezer tuchtelingen vol, tot zij, losgelaten, alle banden verbreken en zich als een horde wilde duivels op de machines storten - in een instinctieve, redeloze haat, een dolzinnig verzet tegen den moloch, die hun levens vernielt en tegelijk voedt.
Maar het is nog niet voldoende. Daartussen door vlecht zijn rusteloze fantasie de prachtige Babel. legende en de zonderlinge, groteske historie van de homunculus - de mechanische mens een fragment, dat als droog zand met het geheel samenhangt, maar waarvan bij weer een technisch wonder maakt. Daarnaast het leven in Yoshiwara, den tuin der wellust - zeldzaam staal van massa-regie. Tenslotte het laatste (en zwakste deel) de ondergang van de wonderstad en de spannende worsteling in den Dom .... Is het niet, of deze bezetene, uit angst, dat hij niet genoeg zal kunnen geven, alles tegelijk geeft?
Ongetwijfeld - het is teveel - het is niet te verwerken. Al die krachttoeren verdringen elkaar laten ons verbijsterd en verward achter - maar let eens op! Hoe overladen, hoe heterogeen het geheel moge zijn - de onderdelen zijn van een volmaakt beheerste rust. Nergens verzwakt de bouw of de logische ontknoping der fragmenten, die op zichzelf weer complete filmgegevens zijn. Nergens is de compositie aarzelend of zwak. Het is de dualistische natuur van den schepper, die in dit werk zijn zucht tot ordenen en zijn ongebreidelde verbeeldingskracht tegelijkertijd uitviert. Maar in het meest verloren hoekje van deze chaos, herkent men nog de hand van den meester!

Ik herhaal: "Metropolis" is geen werk, waar men tevreden of opgetogen vandaan komt. Maar als het eerste verzet tegen dit tirannieke, gecomprimeerde filmproduct geluwd is - als de storm van indrukken is bezonken en het geheel zich laat ontleden en overzien, zal de overtuiging veld winnen, dat de grote cineast Fritz Lang met deze jongste UFA-film een nieuwe en belangrijke triomf aan zijn overwinningen heeft toegevoegd.

2008-08-22

Facade of the Rembrandt Theater in Amsterdam during the screening of Metropolis: CURRENTLY SECOND & LAST PART METROPOLIS (Source: Amsterdam City Archives)
De Groene Amsterdammer 1927-02-26 page 16 (Source: Historic Archive De Groene)
De Groene Amsterdammer 1927-02-26 page 17 (Source: Historic Archive De Groene)
Hauptredaktion - Neuer Turm Babel - Metropolis