GEGRÜNDET 1927
METROPOLIS, SONNTAG, 23. JULI 2017
91. JAHRGANG
Dutch review of the original 1927 version in Berlin

Despite missing the first day of the premiere in Berlin because the Ufa mishandled his tickets, this Dutch critic gives a positive review and calls Metropolis the most impressive film he has ever seen.

HET VADERLAND - WOENSDAG 2 FEBRUARI 1927 - AVONDBLAD B

METROPOLIS
_____

Een mislukte "uitnodiging".
_____

(Van onze correspondent)
_____

Berlijn, 29 Januari.

Met zeer gemengde gevoelens ben ik eindelijk, nadat zij bijna 14 dagen draait, deze film gaan zien. De oeropvoering zou voor Berlijn een gebeurtenis worden; dit wist men van te voren en daarom had ik ook zeer tijdig mij bij de Ufa opgegeven om plaats te bespreken. Ik ontving het vriendelijk antwoord, dat ik mij hierom niet behoefde te bekommeren: de vertegenwoordigers van de buitenlandse pers zouden een uitnodiging voor deze gebeurtenis ontvangen, waarbij alle kopstukken van het politieke, diplomatieke, wetenschappelijke en artistieke Berlijn de gasten van de Ufa zouden zijn. Maar toen de dag gekomen was, ontbraken mijn entreebiljetten in mijn brievenbus. Een telefoontje. Het antwoord luidde: de uitnodiging aan u is afgezonden; wij begrijpen er niets van. Een reclamatie bij de post; antwoord: wij begrijpen niet, hoe de brief zoek kon raken. Intussen had de oeropvoering plaats en ik had de onaangename gedachte, dat daar in die stampvolle zaal van het ruim 3000 personen bevattende Ufatheater aan het station Zoölogischer Garten twee stoelen leeg moesten staan. Dit onaangename gevoel verdichtte zich tot een krachtterm, toen mij schriftelijk door de Ufa werd medegedeeld, dat de post geen blaam trof, daar mijn kaarten op het bureau der Ufa in een aktenbundel waren terechtgekomen en eerst later waren teruggevonden. Dat was jammer, want het theater was voorlopig uitverkocht.
Ook ik vond het jammer, maar het onaangename gevoel werd nog iets minder prettig, toen ik van collega's hoorde, dat ook bij anderen toevallig zulke verzuimen bij de post of ongelukjes met andere akten hadden plaats gevonden. Het lijkt mij een ietwat onwaardige wijze van behandelen der buitenlandse persvertegenwoordigers, hen op deze wijze met een kluitje in het riet te sturen. Ik had niet om een invitatie gevraagd, doch mijn plaatsen tegen betaling besteld. Wat echter volgde was nog veel fraaier. Ik ontving een kaart, waarop de directeur van het Ufapavillon aan de Nollendorfplatz, waarheen de film was verhuisd, werd aangewezen, mij twee goede plaatsen te geven, ging er heen, doch kreeg ten antwoord een met schouderophalen begeleid "Bedaure" Dus weer niets! Natuurlijk zond ik deze waardeloze kaart aan het persbureau van de Ufa terug. Nu werd ik opgebeld. Excuses. De verzekering, dat ik de volgende dag twee plaatsbewijzen zou ontvangen. Deze plaatsbewijzen kwamen echter niet. Intussen hadden wij journalisten al onze belangstelling nodig voor de kabinetsformatie en eerst gisteren heb ik dan eindelijk een paar biljetten kunnen kopen en Metropolis dan toch gezien.

Reclame en kosten.

Er is zelden voor een film zoveel reclame gemaakt als voor Metropolis. Al langer dan een jaar verschenen ieder ogenblik mededelingen in de pers, foto's in de geïllustreerde bladen. Een krans van sagen werd om deze film gewonden. Men vertelde, dat de begroting 2½ miljoen mark bedroeg, dat daarna nog eens 1½ miljoen mark waren toegestaan, dat tenslotte werd toegegeven, dat de film 6 miljoen had gekost en de uitgaven inderdaad 9 miljoen hadden bedragen. De hoofdrol werd gespeeld door een jong meisje, dat nog nooit komedie gespeeld, nog nooit voor de lens van een "Kurbelkasten" gestaan had. Er waren speciale geraffineerd machines voor de film gebouwd; al wat de cinematografie aan mogelijkheden bood, alle trucs met verkleinde modellen, met Schüftan-procédé, hadden toepassing gevonden, het aantal medespelers had een kleine 40.000 bedragen, waaronder 750 kinderen. Aan negatieffilm werd 620.000 m., aan positief film 1.300.000 m. gebruikt, gedurende 310 dagen en 60 nachten in verloop van 1½ jaar was er aan gewerkt. De laatste reclame was, dat het Ufapavillon van boven tot onder geheel met wit metaal bespoten werd, Geen wonder, dat de allereerste opvoering een sensatie was en het meest uitgelezen gezelschap van de Rijkshoofdstad in rok en groot avondtoilet getuige was, toen Metropolis ten doop gehouden werd.

De film.

Mijn gevoelens bij de gang naar het Ufapavillon waren gemengd. Zij waren dit te meer, daar ik van verschillende kanten allerlei kritiek over de film had gehoord en gelezen. Men had mij verteld, dat al die reclame maar humbug was, dat de film zelf diep teleurstelde, had het werk van Thea von Harbou en Fritz Lang voorgesteld als niets anders dan een roeren van de grote trom. In één woord: Kitsch!
Maar na de film te hebben gezien, moet ik verklaren, het met al deze critici volkomen oneens te zijn. Zeker er is veel "Kitsch" bij. Maar dat ligt nu eenmaal in het karakter van de film. We zijn nog niet zover, dat de film zich geheel heeft geëmancipeerd. Er kleeft nog veel aan van wat het eerste stadium van de cinematografie kenmerkte, van de zucht, om de massa te bevallen, het streven naar goedkope populariteit, de eerste eis van een "goed slot". Maar dit valt in het niet bij de werkelijk goede kwaliteiten van deze film. Het is niet te veel gezegd, dat werkelijk alle mogelijkheden, die de cinematografie biedt, hier zijn aangegrepen.
Het gronddenkbeeld lokt ons eigenlijk weinig aan. Metropolis is een fantastische toekomststad, maar men moet zijn voorstellingsvermogen dwang aandoen, om hierbij aan toekomst te denken. Integendeel, hadden wij niet te doen met een stad, voorzien van de technisch volmaakte machines, die in de verbeeldingskracht kunnen ontstaan, met zou moeten denken aan een grijs verleden, waarin een kleine kaste van heersers hoog troont boven de massa der slaven. Zoals Joh. Fredersen Metropolis beheerst en de arbeidersslaven in eindeloze kolommen tien uur per dag in het zweet huns aanschijns laat werken, zwoegen, zo moeten de Farao's hebben geheerst over het slavenvolk, dat de piramiden heeft gebouwd. Zoals Freder Fredersen, Joh's zoon, met zijn kameraden en vriendinnen een leven van zorgeloosheid en weelde leidt in het Haus der Söhne met zijn Ewigen Gärten, terwijl de genummerde arbeiders van vermoeienis neervallen in de onderaardse machinestad, zij, de kinderen de rijken, zich vermeien onder palmen, beschenen door een eeuwige kunstmatige zon, terwijl de armen in het duister, in rook en smook altijd en altijd weer dezelfde handgrepen uitvoeren aan hun donderende machines, zelf delen van een machine geworden, allen gekleed in een sombere zwarte uniform, zo moet een Smiramis hebben genoten in haar hangende tuinen, onbekommerd om het lot van hen, die al die heerlijkheden hadden geschapen. Dat zulk een slavernij in een toekomststad mogelijk zou zijn, wil er maar niet in. En dit stoort on niet alleen in het begin van de lange film, maar die gedachte komt ook in het verdere verloop herhaaldelijk weer naar boven.
Dat zij echter telkens en telkens weer verdreven wordt, om plaats te maken voor alleen maar gespannen belangstelling voor wat er op het doek gebeurt, pleit voor de kracht van deze film. We vergeten het onmogelijke van de grondgedachte, het onwaarschijnlijke wordt ons werkelijkheid, het alleronwaarschijnlijkste zelfs.
Hoog boven Metropolis is de stad van de rijken, waarin John Fredersen heerst en met zijn hersenen deze stad zijner schepping beheerst. Daaronder is de machinestad met in het midden de hartmachine en diep daaronder de stad der arbeiders, waar het troosteloze machinevee leeft. Bij duizenden en nog eens duizenden komen zij in rij en gelid aangemarcheerd, begeven zich in afdelingen in de op lange rijen naast elkaar bewegende paternosterliften, om de aan het werk zijnde ploeg af te lossen en hun dienst te beginnen aan de machines, die weelde en welbehagen scheppen voor hen daarboven. Maar één is er, die de gelijkheid ziet tussen de kinderen van het licht en de kinderen van de duisternis, beiden mensenkinderen. Dat is Maria, zelf een kind van de arbeidersstad, die met een aantal kleinen uit de duistere diepten naar boven komt, naar de eeuwige tuinen waar de zonen en dochters der rijken zich vermalen bij bloemenpracht en bloesemgeur en dartelende fonteinen. Verbazing, ja ontzetting ziet men op de gezichten van de kinderen der rijken. Vooral Freder Fredersen is diep getroffen en het diepst schokt hem het woord van Maria: "Hier zijn uw broeders!" De indringers worden verwijderd, maar sedert heeft Freder geen rust meer. Het is gedaan met zijn zorgeloos leventje en hij zoekt Maria, die hem plotseling heeft doen beseffen, dat zij, die daar beneden zwoegen, óók mensen zijn. Zijn hart is ontwaakt tot liefde voor de mensheid. En om haar te vinden, daalt hij af in de arbeidersstad en neemt de plaats in van een jonge arbeider, die hij broeder noemt en die hij zijn kleren geeft en zijn positie in de lichtstad. En hij ziet Maria. Want deze is een profetes. Nog dieper onder de aarde, in duizenden jaren oude catacomben spreekt zij de genummerde arbeidsslaven toe en voorspelt hun een beter, een gelukkiger lot. Maar geen oproet preekt zij, doch verzoening. Dat betere lot zal komen, als tussen de stad der heersenden daar boven en de stad van de handenarbeid beneden de bemiddelaar met het grote hart op zal staan. Mittler zwischen Hirn und Hand muss das Herz sein! Dat is het motto van deze film. De bemiddelaar is Freder.
Maar gemakkelijk gaat die bemiddeling niet. Eerst moet de storm van verwoesting metropolis bezoeken.
Die storm wordt ontketend door de geniale uitvinder Rotwang, die beheerst wordt door haat tegen Joh. Fredersen. Joh heeft hem de geliefde vrouw afgenomen, die de moeder van Freder is geworden. Rotwang slaagt er in, de "kunstmatige mens" te vervaardigen. Hij kent de geheimen van de catacomben, kent de liefde van Freder voor Maria en in demonische wraakzucht weet hij zich van Maria meester te maken en aan zijn kunstmatige mens verleent hij de gelaatstrekken van de profetes der arbeiders. Maar hij bezielt zijn product met zijn eigen wil tot wraakneming op Joh. Fredersen, verderft met de kunstmens de jeugd van de lichtstad en stuurt zijn product naar de catacomben, niet om verzoening en hoop te prediken, doch opstand en vernielzucht. En de arbeiders stormen naar boven, breken in in de machinestad, verwoesten en vernielen wat hun hand en hun oog ontmoet. Ook de hartmachine. Het licht gaat uit in de lichtstad, maar ook in de stad der duisternis verspreidt het stilstaan der machines verderf. De watermassa's worden niet meer weggepompt en de buizen springen, het asfalt der straten opent zich en fonteinen spuiten naar boven, de hele stad loopt onder. En die stad is verlaten van mannen en vrouwen, die een wilde zegedans houden om de rokende puinhopen der machinestad. Alleen de kinderen zijn beneden. Zij dreigen te verdrinken.
Maar Maria is het, die hen redt. Ontsnapt uit de gevangenis bij Rotwang, voert zij de kinderen uit de huizen en straten en wordt gevonden door Freder en diens vriend Josaphat, terwijl haar kunstmatig evenbeeld de dansende jeugd van de lichtstad meevoert, om getuige te zijn van de ondergang van Metropolis. De ouders intussen tot besef gekomen, dat de benedenstad onder water moet zijn gelopen en zij met hun verwoesting groot onheil hebben aangericht, niet wetend echter, dat de kinderen gered zijn, verbranden de kunstmens op een brandstapel en stormen dan naar boven, om van Joh Fredersen rekenschap te vragen. "Waar zijn onze kinderen?" Ietwat dwaas, daar boos over te zijn op Fredersen. Maar deze zit zelf in angst om zijn zoon. Doch dan horen allen dat de kinderen gered zijn en door wie en nadat eerst nog op het dak van de dom een strijd tussen de uitvinder Rotwang en Freder om Maria heeft plaatsgehad, eindigt het geheel met een verzoening tussen Joh Fredersen en de arbeiders voor de dom, waarbij "Der Mittler: Frder, geleid door Maria de handen van zijn vader en van de leider der arbeiders tezamen voegt.
Dit is de inhoud van deze film, die de indrukwekkendste rolprent is, welke ik ooit heb gezien. Het is verbazingwekkend, wat techniek en regie hier hebben tot stand gebracht. De beelden van de reuzestad met haar wolkenkrabbers, haar viaducten met spoorwegen, haar vliegtuigverkeer en straatgewoel, van de machinestad, van het laboratorium van Rotwang, zijn verbluffende staaltjes van waartoe de cinematografie in staat is. En dan de verwoesting! Men weet dat het grotendeels truc is, maar het is overweldigend van "echtheid". De straten barsten open, torenhoge huizen storten ineen, machines springen uit elkaar. Het dwingt eerbied af voor een prestatie, waartoe alleen de film in staat is. Men begrijpt, dat hieraan maandenlang is gewerkt, dat de regisseur op een drijven ponton rondvoer en met zijn megafoon de in het water spartelende acteurs en kinderen aanvuurde en allen met vreugde aan dit werk hebben meegedaan. Het is dan ook in haast alle opzichten geslaagd.

De spelers.

Zelfs de schitterende regie van een Fritz Lang had niet zulk een sterke film kunnen teweeg brengen, als niet de spelers allen rasacteurs waren geweest en hun beste beentje hadden voorgezet. Dit geldt in de eerste plaats van de nieuw ontdekte ster Brigitte Helm. Thans 18 jaar, begon dit filmgenie als nog niet 17-jarig meisje de zware rol der Maria te spelen. Het is bewonderenswaardig, hoe zij het dubbele karakter van de priesteres der liefde en toewijding Maria en van de demonische kunstmens geheel verschillend speelt, Hier louter zachtheid, ginds een ontketende demon. Haar partner Freder is Gustav Froelich, die overtuigend de ontvankelijke jongeling speelt. Alfred Abel is de heerser Joh Fredersen. Een krachtmens op end' op. Rudolf Klein-Rogge is de uitvinder Rotwang. Hij is de bij uitstek geschikte acteur voor dergelijke demonische rollen. Al is hij weer precies eender als b.v. in Dr. Mabuse, zijn prestatie is af. Bijzonder goed was Theodoor Loos als Josaphat, de vriend van Freder. Vermelding verdient Heinrich George, de machinemeester, terwijl Erwin Biswanger een episoderol speelde als arbeider no. 11811, de man, met wie Freder ruilt; de detective van de oude Fredersen, "Der Schmale", is een minder gelukkige rol, die door Fritz Rasp enigszins karikatuurachtig werd gespeeld.

_____

2008-07-15

Het vaderland 02-02-1927
Hauptredaktion - Neuer Turm Babel - Metropolis